vrijdag 26 april 2019

Hoe vaak mag je citeren of parafraseren?

Via e-mail werd de volgende vraag gesteld door een docent: in een verslag gebruikt een student een groot aantal citaten en bijna geen parafrasen. De citaten zijn allemaal voorzien van een verwijzing volgens de APA-richtlijnen, maar het wordt niet duidelijk of de student de geraadpleegde bronnen heeft begrepen. Zijn er APA-richtlijnen die aangeven hoe veel citaten en parafrasen in een tekst gebruikt mogen worden, bijvoorbeeld een percentage?

De APA-richtlijnen gaan over de stijl van een tekst (hoe te citeren of parafraseren) en niet over de inhoud. Er zijn geen regels over hoeveel citaten en/of parafrasen gebruikt mogen worden, maar voor deze zekerheid is de vraag voorgelegd aan de APA Style experts in Amerika.
  
In het antwoord werd bevestigd dat APA over stijl en niet over inhoud gaat. Er is geen limiet voor het aantal verwijzingen, ongeacht of het citaten of parafrasen zijn. Er zijn ook geen regels die aangeven wanneer een citaat en wanneer een parafrase gebruikt moet worden of hoe lang een citaat of parafrase mag zijn. Het eindoordeel wordt overgelaten aan de docent/beoordelaar van de tekst.
  
In algemene zin kan wel gesteld worden dat een citaat of een parafrase een verslag moet ondersteunen en niet vervangen. Het is aan de schrijver van de tekst om te bepalen of de geraadpleegde bron zich beter laat lenen voor een citaat dan voor een parafrase.

woensdag 27 maart 2019

Persoonlijke communicatie: wanneer wel, wanneer niet?

Naar informatie die voor de lezer niet te raadplegen is, wordt verwezen als persoonlijke communicatie. Voorbeelden zijn interviews, gesprekken en e-mails (zie Interviews), lessen en lezingen (zie Lessen), vertrouwelijke informatie (zie Patiëntendossier) en niet-openbare informatie van een stageinstelling of eigen organisatie (zie Stage / Werkplek).

Naar een persoonlijke communicatie wordt alleen in de tekst en niet in de bronnenlijst verwezen.
          
Wanneer wel?
  • Mondelinge communicatie
    - Een gesprek, ook via bijvoorbeeld telefoon of Skype.
    - Een interview, let op: niet als het interview onderdeel is van het eigen onderzoek, zie Wanneer niet?
    - Een les, lezing, presentatie, workshop, etc.
  • Schriftelijke communicatie
    - Een e-mail, inclusief een eventuele bijlage als deze informatie niet eerder is gepubliceerd. Dat kan een nieuwsbrief zijn of door de afzender gemaakt Word-bestand. Een tijdschriftartikel dat als bijlage wordt meegestuurd is geen persoonlijke communicatie, want dat is al eerder gepubliceerd. Vraag bij twijfel aan de afzender naar de herkomst van de bijlage.
    - Een brief.
    - Een bericht verstuurd via Whatsapp, Facebook Messenger, sms, etc.
    - Een chatgesprek.
  • Organisaties, bedrijven, etc.
    - Intranet, interne netwerken en andere digitale bestanden achter een inlog.
    - Rapporten, protocollen, dossiers en andere documenten die niet opgevraagd kunnen worden, bijvoorbeeld het dossier van een cliënt.
            
Wanneer niet?
  • Eigen onderzoek
    - Interviews die gehouden zijn voor het eigen onderzoek. Omdat in het verslag de onderzoeksmethode wordt beschreven wordt er geen extra bronvermelding aan toegevoegd. Zie ook Eigen onderzoek.
  • Organisaties, bedrijven, etc.
    - Alle informatie die wel online maar niet achter een inlog staat. Verwijs hier naar als webpagina.
    - Publicaties die zonder voorbehoud kunnen worden opgevraagd, zoals brochures. Verwijs hier naar als niet officieel gepubliceerde bron.
  • Onderwijsinstelling
    - Informatie op een elektronische leeromgeving (OnderwijsOnline, Blackboard, etc.). Verwijs hier naar als webpagina, want hoewel deze informatie achter een inlog staat heeft de docent die het verslag beoordeelt toegang tot deze webpagina(’s).
  • Publicaties achter inlog
    - Tijdschriftartikelen en e-boeken worden door de uitgever achter een inlog gezet of zijn alleen na betaling beschikbaar. De meeste onderwijsinstellingen bieden toegang tot deze bestanden en iedereen kan zich abonneren of het document kopen. Verwijs er naar als online tijdschriftartikel of e-boek.
 

maandag 25 februari 2019

Hoofdletters

In boeken en tijdschriftartikelen worden woorden uit de titel soms met een hoofdletter geschreven, woorden die in een ‘gewone’ zin met een kleine letter worden geschreven. Bij vermelding van een publicatie in zowel de tekst als in een bronnenlijst kan dit verwarring opleveren, want: wanneer moeten er hoofdletters gebruikt worden?

In de Publication Manual of the American Psychological Association wordt in § 4.15 (pp. 101-102) uitleg gegeven waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen het vermelden van een titel in de tekst en in de bronnenlijst. Of de publicatie waar naar verwezen wordt wel of geen hoofdletters gebruikt wordt genegeerd.

Tekst
In de tekst worden standaard alleen auteurs en jaartallen genoemd, maar het is uiteraard mogelijk om de titel van een publicatie te noemen om deze extra te benadrukken. Woorden van vier of meer letters worden met een hoofdletter geschreven. Werkwoorden, zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en voornaamwoorden worden altijd met een hoofdletter geschreven.
Titels van boeken, webpagina’s (inclusief pdf-bestanden), films, etc. worden cursief geschreven, net als in de bronnenlijst. Titels van tijdschrift- en krantenartikelen staan in een bronnenlijst niet cursief en worden daarom in de tekst tussen dubbele aanhalingstekens gezet:
… “Premier May Stelt Stemming Over Haar Brexitdeal uit” kopt NRC.Next … 
… op de webpagina Eisen aan de Pasfoto Voor Paspoort of ID-Kaart (Rijksoverheid, z.d.) staat dat … 
… in The Lancet staat het artikel “Introduction of Genomics Into Prenatal Diagnostics” waarin … 
… voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het boek Praktijkgericht Onderzoek in Zorg en Welzijn

Bronnenlijst
In de bronnenlijst worden titels geschreven zoals in een zin, dus alleen hoofdletters aan het begin en bij namen. Hiermee wordt dus afgeweken van de schrijfwijze in de tekst. Uitzondering op deze regel zijn titels van tijdschriften en kranten, noteer de hoofdwoorden met een hoofdletter.
Hoogerwaard, J. (2019, 25 februari). Premier May stelt stemming over haar Brexitdeal uit. NRC.Next, p. 2.  
Rijksoverheid. (z.d.). Eisen aan de pasfoto voor paspoort of ID-kaart. Geraadpleegd op 25 februari 2019, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/paspoort-en-identiteitskaart/eisen-pasfoto-paspoort-id-kaart 
Talkowski, M. E., & Rehm, H. L. (2019). Introduction of genomics into prenatal diagnostics. The Lancet, 393, 719-721. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(19)30193-X 
Van der Donk, C., & Van Lanen, B. (2019). Praktijkgericht onderzoek in zorg en welzijn (3e herziene druk). Bussum: Coutinho.


maandag 21 januari 2019

Wie, wanneer, wat, waar - Deel 4: Waar?

Dit is het laatste bericht van een serie van vier over de opbouw van een bronvermelding volgens de APA-richtlijnen. Standaard bestaat uit een bronvermelding uit vier delen, elk deel eindigt met een punt (behalve een webadres):

  1. De maker van het document – Wie?
  2. Het jaar (of datum) van publicatie – Wanneer?
  3. De titel van het document – Wat?
  4. De vindplaats van het document, de naam van de uitgever of het webadres – Waar?
    
Er zijn enkele materialen met een afwijkende opbouw, bijvoorbeeld een tijdschriftartikel.



Dit boek is gepubliceerd door Ambo | Anthos uit Amsterdam. De plaats van de uitgeverij wordt gevolgd door een dubbele punt en de naam, dit markeert het einde van het vierde gedeelte: Waar?

Plaatsnaam
Alleen bij papieren publicaties worden naam en plaatsnaam van de uitgever genoemd. Bij online publicaties worden deze vervangen door de raadpleegdatum en de weblink, de ‘waar’ is in dat geval het internet.
Werkgroep APA. (2018). De APA-richtlijnen uitgelegd: Een praktische handleiding voor bronvermelding in het hoger onderwijs (2e editie). Utrecht: SURF.  
Werkgroep APA. (2018). De APA-richtlijnen uitgelegd: Een praktische handleiding voor bronvermelding in het hoger onderwijs (2e editie). Geraadpleegd op 18 januari 2019, van https://www.auteursrechten.nl/apa-richtlijnen
Let op dat bij tijdschriftartikelen geen plaatsnaam of uitgever genoemd wordt, zie voor verdere uitleg Tijdschriftartikel.

Meerdere plaatsnamen
Uitgeverijen hebben soms vestigingen in meerdere plaatsen. Noem in dat geval alleen de eerste plaatsnaam:
Faber-de Lange, B., Pieters, R., & Weijers, S. (2019). Inkoop: Werken vanuit een ketenbenadering (2e druk). Groningen: Noordhoff.
De titelpagina van dit boek vermeldt ‘Groningen / Houten’.

Staten (bij Amerikaanse publicaties), graafschappen (bij Britse publicaties) of landen worden niet genoemd, zie voor een toelichting De APA-richtlijnen uitgelegd: Wijzigingen 2017-2018: Landen en staten.

Uitgever
Noem alleen de naam van de uitgever, laat termen als ‘Uitgevers’, ‘Uitgeverij’, ‘B.V.’, ‘Company’, etc. weg.
Faber-de Lange, B., Pieters, R., & Weijers, S. (2019). Inkoop: Werken vanuit een ketenbenadering (2e druk). Groningen: Noordhoff.
De titelpagina van dit boek vermeldt ‘Noordhoff Uitgevers’.

Auteur = Uitgever
Auteurs en organisaties geven soms publicaties in eigen beheer uit, waardoor dezelfde naam twee keer genoemd wordt in de bronvermelding. In deze gevallen wordt de naam van de uitgever vervangen door ‘Auteur’.
Van der Ham, F. (2017). Kan niet bestaat niet: Verhalen en gedichten om mee te filosoferen: Met uitgebreide praattips (2e druk). [Groningen]: Auteur.
Voedingscentrum. (2015). Voedingsadviezen bij coeliaki. Den Haag: Auteur.
Geen plaatsnaam of uitgever
Bij het ontbreken van een plaatsnaam en/of naam van de uitgever in de publicatie wordt z.p. (=zonder plaatsnaam) en/of z.u. (=zonder uitgever) vermeld, tussen haakjes. Kan de plaatsnaam of naam van de uitgever gevonden worden, bijvoorbeeld online, dan kan deze worden overgenomen en tussen vierkante haakjes gezet worden. Beide opties mogen gebruikt worden.
Postma, K., & Wokke, R. (2018). Laat maar komen! Crisisopvang van pleegpubers. (z.p.): Scriptum.
of
Postma, K., & Wokke, R. (2018). Laat maar komen! Crisisopvang van pleegpubers. [Schiedam]: Scriptum.
Raadpleegdatum
Schrijf bij de raadpleegdatum de maand voluit, er kan zo geen verwarring ontstaan over de dag waarop de webpagina werd bekeken. De datum ‘9-2-2018’ kan gelezen worden als ‘9 februari 2018’ maar in Amerikaans-Engels als ‘2 september 2019’.
Rijksoverheid. (2019, 18 januari). Nationaal Actieplan om mensenrechten in Nederland optimaal te houden. Geraadpleegd op 21 januari 2019, van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/01/18/nationaal-actieplan-om-mensenrechten-in-nederland-optimaal-te-houden
Webadres
Het webadres begint altijd met http:// of https://, kopieer (CTRL+C) en plak (CTRL+V) de link zodat hier geen fout gemaakt kan worden. Bij een online pdf kunnen er twee opties zijn: de directe link naar de pdf of de link naar de webpagina waar de pdf gedownload kan worden. Beide opties mogen gebruikt worden, bedenk wat voor de lezer de duidelijkste verwijzing is. Wanneer een webpagina meerdere bestanden ter download aanbiedt kan het beste de directe link vermeld worden, als de webpagina aanvullende informatie geeft die niet in de pdf staat kan beter voor de webpagina gekozen worden. Soms staat het mooier om de kortste link te kiezen.

Een enkele keer is een webadres heel lang omdat ook de zoekactie in de link staat, bijvoorbeeld bij Google Books:
Plooij, F. (2011). Onderzoek doen: Een praktische inleiding in onderzoeksvaardigheden (2e editie). Geraadpleegd op 21 januari 2019, van https://books.google.nl/books?id=mOGVSt7tfAYC&printsec=frontcover&dq=onderzoek+doen&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwj6y6Tr4_7fAhVLXhoKHWR7BGwQ6AEIKDAA#v=onepage&q=onderzoek%20doen&f=false
In bovenstaand voorbeeld kan het gedeelte vanaf de eerste & worden weggelaten. De pagina waarnaar verwezen wordt kan in de tekst worden vermeld:
Plooij, F. (2011). Onderzoek doen: Een praktische inleiding in onderzoeksvaardigheden (2e editie). Geraadpleegd op 21 januari 2019, van https://books.google.nl/books?id=mOGVSt7tfAYC
Controleer altijd of een ingekorte link werkt. Verkorte links, bijvoorbeeld gemaakt met bitly of tinyurl, zijn niet toegestaan.