maandag 29 oktober 2018

Wie, wanneer, wat, waar - Deel 1: Wie?


Dit is het eerste bericht van een serie van vier over de opbouw van een bronvermelding volgens de APA-richtlijnen. Standaard bestaat uit een bronvermelding uit vier delen, elk deel eindigt met een punt:

1. De maker van het document – Wie?
2. Het jaar (of datum) van publicatie – Wanneer?
3. De titel van het document – Wat?
4. De vindplaats van het document, de naam van de uitgever of het webadres – Waar?

Er zijn enkele materialen met een afwijkende opbouw, bijvoorbeeld een tijdschriftartikel.






Dit boek heeft één auteur, Henk Spaan. Zijn achternaam wordt eerst genoemd, gevolgd door een komma, een spatie en zijn voorletter met een punt. Deze laatste punt markeert tevens het einde van het eerste gedeelte: Wie?

Meer dan één auteur
Bij twee of meer auteurs (of redacteurs) staat voor de laatste naam een ampersand, ook wel het &-teken genoemd. De namen staan in dezelfde volgorde als in de publicatie. Let op dat voor het &-teken ook een komma staat, dus achter de voorletter(s) van de voorlaatste naam.
Malhotra, A., & O'Neill, D. (2018). Het Pioppi-dieet: Een lifestyleplan in 21 dagen (M. Steinpatz & S. Peeters, Vert.). Uithoorn: Karakter.
Noordink, T., Maassen, N., & Otten, J. (2018). Contact maken in de wereld van dwang en drang: Handboek voor sociale professionals. Bussum: Coutinho.
Tot en met zeven auteurs worden alle namen genoemd, voor publicaties met acht of meer auteurs zie: Hoe wordt in de tekst en in een bronnenlijst verwezen naar bronnen met meerdere auteurs?

Tussenvoegsel
Tussenvoegsels ('van de', 'van den', etc.) komen voor de achternaam te staan en worden voluit geschreven, bijvoorbeeld: Van den Berg, G.
Het eerste woord van een tussenvoegsel wordt met een hoofdletter geschreven. In de bronnenlijst wordt de naam gealfabetiseerd volgens het tussenvoegsel, dus Van den Berg bij de V en De Bruin bij de D.
Van de Keuken, T. (2018). De supermarktsurvivalgids: Hoe overleef je de tocht langs de schappen. Amsterdam: Meulenhoff.
Het tussenvoegsel wordt ook in de tekst vermeld. Zie voor een toelichting het blogbericht Achternamen.

Dubbele achternaam
Wanneer een auteur een dubbele achternaam heeft, al dan niet gescheiden door een streepje, wordt deze helemaal genoemd, zowel in de tekst als in de bronnenlijst. Neem de naam over zoals in de publicatie vermeld.
Backer van Ommeren-van der Meer, C. (2018). The interactive drawing test: Measuring reciprocity in autism (Proefschrift). Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam.
In de tekst is de verwijzing (Backer van Ommeren-van der Meer, 2018).

Eén naam of alleen voornaam
Het komt niet vaak voor, maar soms gebruikt een auteur een enkele naam, soms alleen een voornaam. Noteer deze naam volledig in zowel de tekst als de bronnenlijst. Wanneer een auteur alleen een voornaam gebruikt wordt deze in de bronnenlijst niet afgekort tot één letter.
Beyoncé. (2012). Best of Beyoncé: For piano, voice & guitar. London: Wise.
Lucebert. (2006). Nefertete. Amsterdam: De Bezige Bij.
In de tekst (Beyoncé, 2012) en (Lucebert, 2006).

Auteur en medewerker
Wanneer er naast de auteur(s) op de titelpagina ook medewerkers of andere personen worden genoemd die een bijdrage hebben geleverd, worden deze tussen haakjes toegevoegd achter de auteurs.
Bolt, A., & Van der Zijden, Q. (met Diephuis, K., Tacq, E., & Van Bemmel, R.). (2017). 1Gezin 1Plan: Handboek voor de praktijk (3e druk). Amsterdam: SWP.
In de tekst worden alleen de auteurs genoemd: (Bolt & Van der Zijden, 2017).

Schrijvers van een voorwoord en illustratoren worden niet vermeld. Voor vertalers, zie het blogbericht Vertalingen.
Zie voor Nederlandse bewerkers van buitenlandse publicaties het blogbericht Pearson: Nederlandstalige bewerking.

Redacteur, eindredacteur, samensteller, etc. in plaats van auteur
Als de publicatie geen auteur vermeld maar wel een (eind- of hoofd)redacteur, een samensteller of een andere omschrijving wordt deze functie achter de naam tussen haakjes gezet. Redacteur wordt afgekort tot Red., bij twee of meer redacteurs tot Reds.
Cardol, G., & Haarsma, L. (Reds.). (2018). Verandering door verbinding: Handvatten voor de praktijk van de jeugdprofessional. Bussum: Coutinho.
Roozendaal, W. L. (Samenst.). (2018). Arbeidswetgeving 2018/2019 (36e druk). Deventer: Wolters Kluwer. 
Sens, I. (Eindred.). (2018). De kleine gids voor de Nederlandse sociale zekerheid 2018.2. Deventer: Schulinck.
In de tekst worden alleen de namen en het jaartal genoemd, bijvoorbeeld (Cardol & Haarsma, 2018).

Samenwerkingsverband auteurs

Wanneer een groep auteurs verenigd is in een commissie, werkgroep of een ander samenwerkingsverband kan volstaan worden met het noemen van de naam waaronder men samenwerkt. Een goed voorbeeld is De APA-richtlijnen uitgelegd van de Werkgroep APA. De werkgroep bestaat uit negen informatiespecialisten.
Werkgroep APA. (2018). De APA-richtlijnen uitgelegd: Een praktische handleiding voor bronvermelding in het hoger onderwijs (2e editie). Utrecht: SURF. 
Voorletters
Wanneer de auteur meer dan één voornaam heeft worden deze allemaal genoemd als voorletter. Tussen de letters staat een spatie. Staat er een streepje tussen de voorletters, neem deze dan over in de bronvermelding.
Delfos, M. F. (2018). Een vreemde wereld: Over het autismespectrum (ASS): Voor ouders, partners, hulpverleners, wetenschappers en de mensen zelf (10e geheel herziene druk). Amsterdam: SWP. 
Geenen, M.-J. (2017). Reflecteren: Leren van je ervaringen als professional (2e herziene druk). Bussum: Coutinho.
Titulatuur
Bij auteurs wordt soms een titel genoemd om hun expertise aan te geven, bijvoorbeeld mr. bij publicaties over recht en wetgeving. Titulatuur (prof., dr., mr., etc.) wordt echter niet genoemd in de bronvermelding.
Ter Haar, R., & Meijer, G. H. (2018). Elementair materieel strafrecht (3e druk). Deventer: Wolters Kluwer.
De titelpagina van het boek vermeldt mr. R. ter Haar en mr. G.H. Meijer.

Uitzondering op deze regel zijn vermeldingen van de koning en andere leden van het Koninklijk Huis, zie hiervoor het blogbericht Koninklijk Huis.

Organisatie als auteur
Wanneer persoonsnamen ontbreken wordt de naam van de organisatie genoemd. Dit is vooral bij webpagina’s het geval. Let op dat de naam van een website niet hetzelfde is als organisatie. Kijk bij twijfel onder ‘Over ons’ of ‘Contact’ om te zien wie de maker van de site is.
De Graafschap. (z.d.). Missie en visie. Geraadpleegd op 29 oktober 2018, van https://www.degraafschap.nl/club/missie-en-visie/ 
Rijksoverheid. (z.d.). Welke titel mag ik voeren als ik ben afgestudeerd of gepromoveerd aan universiteit of hogeschool? Geraadpleegd op 29 oktober 2018, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/hoger-onderwijs/vraag-en-antwoord/welke-titel-mag-ik-voeren-als-ik-ben-afgestudeerd-of-gepromoveerd
Het eerste voorbeeld begint met een lidwoord. Bij de alfabetisering in een bronnenlijst worden lidwoorden genegeerd, deze bronvermelding komt daarom bij de G te staan. Zie ook het blogbericht Alfabetische volgorde bronnenlijst.

Geen auteur, redacteur of organisatie
Wanneer er geen enkele naam van een persoon of een organisatie wordt genoemd komt de titel van de publicatie vooraan te staan. De titel wordt dan ook in de tekst genoemd.
Van Dale middelgroot woordenboek Engels Nederlands. (2009). Utrecht: Van Dale.
Let op dat Van Dale hier de naam van de uitgeverij is en niet van een persoon.

Zie ook Hoe moet een bron zonder auteur worden weergegeven?